Jacht

Lees meer
over de verschillende jachtkwaliteiten die de BGV's
hebben.
|
De Basset
Griffon Vendéen is een ‘Brakkensoort’ en is oorspronkelijk
gefokt om in meuteverband (vier tot acht honden) het wild op te zoeken,
op te stoten en te achtervolgen, de zogeheten drijfjacht dus.
Later zijn daar wildsoorten bijgekomen als konijn, ree en wild
zwijn.
De Grand
Basset is speciaal gefokt voor de jacht op haas en de Petit
Basset is echt 'ontwikkeld' om het konijn te bejagen. Voor beide
Basset rassen geldt heden ten dage dat er ook andere wildsoorten
als vos, wild zwijn en ree mee bejaagd wordt.
Het is dus
een veelzijdige gebruikshond die zelfstandig moet kunnen werken.
De manier van jagen verschilt dus met andere jachthonden zoals
de Retrievers, Spaniels en Staande jachthonden. Dat zijn in
principe allemaal honden alleen jagen en die pas op aanwijzing
van een jager werken. |
|
 |
|

|
De Petit
Basset wordt gebruikt, meestal in groepjes van vier om het konijn
op te sporen en te achtervolgen. De Petit moest dus ook kleiner
en behendiger zijn dan de Grand Basset om zo, in de dichte
bramenstruiken, het konijn te kunnen achtervolgen. Ze zijn zeer
slim en snijden vaak het konijn de pas af, uiteraard zal het
konijn proberen zich in het dichst bij zijnde hol te verschansen.
Tegenwoordig worden de Petits dus ook voor de jacht op vos
gebruikt en kunnen ze ook goed reeën op de been brengen.
De Grand
Basset wordt meestal in groepen van zes tot acht honden gebruikt en is een loper net als het haas, vandaar ook dat de hond
hoger op de benen staat dan zijn kleine broer. Ze moeten
urenlang kunnen draven en daarbij alle moeilijkheden die het
wild aan de dag legt overbruggen en oplossen. Tegenwoordig
worden ze vel voor ree en wild zwijn ingezet.
|
|
De
Brakkensoorten en dus de Petits & Grands Bassets ook, zijn
gefokt om zelfstandig als groep te kunnen jagen. Ze geven
daarbij "luid op spoor" (luid blaffend het spoor vervolgen)
waardoor de jager weet waar zijn meute zich bevindt en ook welke
kant de jacht opgaat. Hierdoor kan de jager zich op een gunstige
positie posteren en het achtervolgde wild evt. afschieten. De
honden van dichtbij dirigeren is er niet bij, vooral niet als
het om groter wild gaat want dat hou je echt niet bij. De honden
moeten in het veld zelf hun problemen oplossen waarvoor ze dus
een bepaalde dosis zelfstandigheid en doorzettingsvermogen
moeten hebben anders bereiken ze nooit hun doel.
Het zal
duidelijk zijn dat men in de loop van de tijd honden heeft
geslecteerd die de verschillende jachtkwaliteiten die hiervoor
nodig zijn, bezitten. Een paar kwaliteiten zijn: goed in
groepsverband kunnen werken, goed sporen kunnen zoeken (
reukvermogen), het wild kunnen opstoten en op de goede momenten
luid geven ook de toon van het luid (blaf) is belangrijk,
doorzettingsvermogen hebben, spoorrein zijn (1 soort wild
bejagen en niet alles wat ze tegenkomen), vasthoudend zijn (hetzelfde
spoor blijven vervolgen) en zich niet van de wijs laten brengen
door minder ervaren honden maar ook niet door de listen en trucs
van het bejaagde wild. Kortom er wordt nogal wat verlangd van
een goede jachthond.Om een
dergelijke hond te "creëren" werd er dus geselecteerd op
bepaalde karaktertrekken waaronder de ruwharige vacht die de
hond moet beschermen tijden zijn werk. In Frankrijk is de jacht
het belangrijkste, een goede jachthond doe je niet weg ook al is
hij minder fraai. Een qua uiterlijjk zeer fraai exemplaar die
niet jaagt vinden ze niks waard en kun je dus wel bemachtigen.
|
 |
|
 |
Op het gebied van de jacht hebben de Nederlandse honden al
uitmuntende resultaten bereikt. In dit ras moeten de honden een
werkproef afleggen eer ze de titel Internationaal kampioen
kunnen behalen.
Vroeger
werden zweetspoorproeven hiervoor ook erkend maar tegenwoordig
moet men een proef op levend wild afleggen ( de spurlautprüfung
is
niet genoeg). Deze proeven, waarbij in principe vier tot acht honden
tegelijk worden ingezet, afhankelijk van de soort proef die men
doet, worden in Nederland (nog) niet georganiseerd. Men moet
hiervoor dus of naar België of naar Frankrijk. Sinds enekle
jaren is e de mogleijkheid in Nederland om een zoigenaamde "koppelproef"
op konijn te doen. Hierbij worden twee honden tegelijkertijd
losgelaten om een konijn op te stoten en te bejagen.
Voor onze rassen geldt dat als ze
de titel Internationaal Kampioen willen behalen dat er een proef
met succes moeten worden afgelegd op levend wild. Daarnaast
gelden ook de regels om de internationale kampioensprijzen (CACIB)
op tentoonstellingen te behalen in meer dan één land.
De 1e Grand
Basset in Nederland die Int. kampioen werd was:
Ned. & Deens & Int. Ch. Oh La La du Greffier du Roi WK’94, W’95
ESG’95,
de 1e Petit Basset was Ned. & Belg & Int.
Kamp. A l‘Attaque du Greffier du Roi.
|
|
Er zijn
inmiddels vele varianten op het oorspronkelijke werk van de
Basset Griffon Vendéen ontstaan. Zo is er het zweetspoorwerk,
mantrailing of Cleanboot jagen, en verder alle varianten van
jachtproeven die er ook voor de Teckel zijn.
Wil je niet jagen
of speuren maar wel actief zijn met je BGV, denk dan bijv. aan
een
canicross (hardlopen met je hond) of behendigheid en fly-ball.
© BGV Club
Nederland
|
 |
|
 






|