1e Basset Griffon
Vendéen in Nederland

Ali Baba
en hoe het verder ging...
De allereerste Basset Griffon
Vendéen in Nederland was de Grand Basset reu Ali Baba
gefokt door dhr. Arnaudeau uit Saint - Gervais in Frankrijk en
gekocht door wijlen mevr. A. Gondrexon - Iwes Browne in begin
‘50 er jaren.
Ze kocht ook nog een teefje, die
we nu als een Petit zouden beschouwen, Délurée des
Rechercheurs gefokt door dhr. François wiens zoon tot ca.
1998 nog steeds Bassets Griffons Vendéens fokte onder de
gelijknamige kennelnaam. Ali Baba was een hele mooie typische
Grand Basset reu met mooie lange rechte benen. Mevr. Gondrexon
fokte wegens de te geringe belangstelling voor het ras geen nest
en met het heengaan van de beide honden verdween het ras weer
uit Nederland.
Het was eind jaren ‘60 dat de
eerste Bassets Griffons Vendéens (het waren zowel Grands als
Petits) weer hun intrede deden in Nederland met een import uit
Engeland, België en Luxemburg. Pas later, begin jaren ‘70,
kwamen er 2 importen uit Frankrijk die de uiteindelijke basis
zouden gaan vormen voor het huidige bestand in Nederland. Het
waren Ibis en Idée des Genêts Roux gefokt door dhr. Rousseau.
In 1980 kwam er weer een Franse
import teef uit toen misschien wel de meest beroemde kennel van
Frankrijk, genaamd Roquepine du Roc de Deymier gefokt door
wijlen dhr. Yves Audouy. Roquepine en Ibis waren van het type
"Paul Dezamy" en Idee was van het "type Classique". Het type
"Paul Dezamy" vernoemd naar de ‘createur’ van de Grand Basset
vertegenwoordigt een adellijke hond die goed en lenig gebouwd
is. Hij heeft een prachtig edel hoofd met een mooie gewelfde
langgerekte schedel, zwaar bone, rechte benen en van een
behoorlijke maat. Het "type Classique" is minder edel qua
verschijning, minder zwaar van bouw en ook minder groot.
Vroeger was de Basset Griffon
Vendéen één ras met 2 maten; de Grande Taille en de Petite
Taille. Men mocht ze door elkaar fokken en al naar gelang het
type en de maat werden ze ingedeeld. Vandaar dat er in het begin
in Nederland grote problemen waren met de juiste indeling van
ras en maat. Pas in begin 1950 kreeg de Petit zijn eigen
standaard opgesteld door dhr. Abel Dezamy de zoon van Paul
Dezamy.
In 1976 werden in
Frankrijk de beide standaards herzien en werden de namen
veranderd in Petit en Grand Basset Griffon Vendéen.
Vanaf nu was het ook verboden om de beide rassen onderling te
kruisen, de mogelijkheid om de hond na de confirmatie* als het
andere ras in te schrijven in het stamboek bleef echter bestaan
tot 1986. Dit betekende dus nog steeds problemen in de
fokkerij.
De Petits vererfden Grands en
andersom. Door toedoen van de huidige voorzitter van de Franse
rasvereniging dhr. Renaud Buche werd pas in 1986 besloten
om de Petits geboren uit Grands en de Grands geboren uit Petits
niet meer te registreren, ook werd het clubregister (RCGV)
gesloten. Dat is dus nog niet zo lang geleden en natuurlijk
heeft men nog jaren en generaties nodig om deze problematiek te
overwinnen.
Gelukkig waren er vanaf het begin
al fokkers die zich conscentieus bezig hielden met één ras en
dus zijn er bloedlijnen die al langer zuiver gefokt zijn.
Natuurlijk waren en zijn er nog steeds de nodige problemen wat
de maat aan gaat, vooral bij de Grand Basset. Door strenge
selectie (vooral bij de Petit Bassets) zijn er 2 verschillende
rassen ontstaan. De Petit Basset is een te heet gewassen Grand
Basset; hij is evenredig gekrompen in alle onderdelen waarbij
het hoofd echt kenmerkende verschillen vertoont.
De fokkerij van de Grands Bassets
kent namelijk nog een ander probleem n.l. honden die te groot
worden. Niet zo maar iets te groot worden want wat is 3 of 5 cm?
Maar het is heel "normaal" dat er honden geboren worden die
uiteindelijk zo’n 60 cm. of meer kunnen worden! Hoe dat
kan?
Het meest aannemelijke is dat de
Grand Griffon Vendéen en de Briquet Griffon Vendéen er in zijn
gefokt. In de jaren ‘60 was de Grand Basset van het type "Paul
Dezamy" nagenoeg verdwenen en dus heeft men in Frankrijk, onder
de bezielende leiding van Hubert Desamy (de kleinzoon van Paul
Dezamy) getracht dit type weer terug te fokken.
De honden van toen misten bone en
de edele gestrekte hoofden en dus lijkt het gebruik van de Grand
Griffon voor de hand. Inderdaad eind ‘60-er jaren en begin
‘70-er jaren slaagde men erin dit type Grand Basset terug te
fokken en ze werden steeds vaker gezien en geliefd. Gelukkig
hebben we nu nog steeds dit fraaie type "Paul Dezamy" en de
Nederlandse honden voeren hierbij de boventoon.
De Nederlandse honden zijn van
uitstekende kwaliteit zowel qua schoonheid als jachtkwaliteiten. Wereldwijd weten de
fokkers de Nederlandse Grands Bassets te waarderen om hun
kwaliteiten op gebied van gezondheid, schoonheid en jacht. Al
sinds het begin dat er Grands Bassets in Nederland gefokt worden
haalden verschillende honden de hoogste eer op de Franse
Nationale d’Elevage (de Franse Clubshow). Bij de Petits ligt
dat wat moeilijker door de enorme populariteit van dit ras onder
de franse jagers. Er wordt dus meer mee gefokt dan de Grand
Basset en ook op shows is de concurrentie veelal 2x zo groot.
Overigens weten ook de Nederlandse Petits zich onder de besten
te scharen!
*De
confirmatie is een keuring op type en (erfelijke) gebreken die
in Frankrijk geldt voor iedere rashond.
|